Het verhaal van Jisse*
3 augustus 2001:
Iris viert haar 2e verjaardag. Ik ben zwanger van ons tweede kindje en voel me uitstekend. Niets wijst erop dat deze zwangerschap wel eens fout kan aflopen…
13 augustus:
Ik ben op mijn werk als ik buikpijn krijg. Ik ga even langs de huisarts en hij zegt dat ik de volgende ochtend urine mag brengen om te kijken of er een oorzaak gevonden kan worden. Zover komt het echter niet want nog diezelfde nacht kom ik in het ziekenhuis te liggen…
14 augustus:
Om 4 uur in de ochtend heb ik zo’n buikpijn dat ik uit bed ga om beneden een beker warme melk te nemen en een aspirine. Ik denk nog niet meteen het ergste maar voel me echt niet goed, heb elke keer pijnscheuten en steken. Als ik op sta om weer naar bed te gaan voel ik iets knappen aan de linkerkant in mijn buik. De pijn slaat nu in alle hevigheid toe en gaat nu niet meer weg. Ik probeer naar boven te roepen maar C. (mijn ex-partner die ik om privacyredenen hier C. zal noemen) hoort me niet. Ik strompel huilend naar boven en maak hem wakker. Hij belt de huisartsenpost op het ziekenhuis. De dokter zegt dat ik wel even mag komen. Maar ik zou niet weten hoe…
We gaan naar beneden en we bellen mijn ouders om te zeggen dat we toch maar naar het ziekenhuis gaan. Of ze willen komen om op Iris te passen.
Mijn vader komt gelukkig snel. Ik word dan ook misselijk. Ik moet een beetje overgeven en stap dan maar in de auto. De korte rit is verschrikkelijk, zoveel pijn heb ik. Ik moet eerst naar de arts en die heeft al snel in de gaten dat er iets niet goed is. Daarna word ik naar de eerste hulp gebracht. Ik word onderzocht, er wordt bloed geprikt, ik krijg een infuus en een bakje want ik moet voortdurend spugen. Het wachten is op de gynaecoloog…ik ga er niet meteen vanuit dat het een miskraam wordt maar hou overal rekening mee. Al ben ik te ziek om me ergens druk over te maken…
Dan komt de gynaecoloog. Hij maakt meteen een echo en daar zien we ons kindje vrolijk ronddobberen…
We zijn verbaasd want eerlijk gezegd hadden we dit niet verwacht. Maar wel blij, al kan er nog van alles misgaan realiseren we ons..
Ik word opgenomen op de afdeling gynaecologie. Ik ben zo ziek dat ik alleen op een kamer kom te liggen. Ik ben opgelucht dat ik op de goede plek ben. Als er iets misgaat, sta ik er niet alleen voor…Ik ben dan 16 weken zwanger.
15 augustus:
Ik krijg steeds onderzoeken en echo’s van de buik. De artsen staan voor een raadsel. Hebben werkelijk geen idee waarom ik zo ziek ben. Ik heb geen koorts, geen afwijkingen in het bloed dus is het voor hen heel moeilijk om te bepalen wat er is. Ik krijg bijna alle gynaecologen aan mijn bed, een aantal chirurgen die me aan mijn buik willen voelen. Ik kan de pijn niet hebben…
16 augustus:
Ik word steeds zieker.
Omdat ik blijf overgeven en mijn darmen niet meer functioneren word me geadviseerd een maagsonde door te slikken. Slik…heb altijd gezegd dat ik dat nooit vrijwillig zou doen. Ik mag er even over nadenken… Ze zeggen dat ik me dan minder misselijk zal voelen en dat ze die sonde steeds leeg zullen maken zodat ik niet meer hoef te spugen. Dankzij een schat van een verpleegkundige durf ik het aan en na een paar keer slikken (moest later nog twee keer verder geschoven worden voor ie goed zat) zit ie erin…
Maar het helpt niets. Ik spuug er gewoon langs heen. Ik baal er vreselijk van en vind het een erg akelig gevoel in mijn keel. Alleen als ik er aan denk moet ik al kokhalzen…voel me dus echt zielig.
Mijn ouders zijn bang dat ik het niet overleef en willen graag dat ik naar een ander ziekenhuis ga. Maar C. en ik hebben alle vertrouwen in het Twenteborgziekenhuis dus ik blijf gewoon liggen waar ik lig…
17 augustus:
Ik voel me inmiddels zo ziek dat C. en ik het erover eens zijn dat ik een operatie wil om te kijken wat er mis is in mijn lichaam. De doktoren zeggen duidelijk dat het risico’s met zich meebrengt voor de baby. Zelf twijfelen ze dus nog en willen het zo lang mogelijk uitstellen. Maar op dat moment vinden we allebei dat MIJN leven voorgaat…Ik kan ook niet helder meer denken, voel me doodziek en het kan me op dat moment ook niets schelen wat er gebeurt met het kindje in mijn buik. Als ik zelf maar blijf leven, daar gaat het nu even om…
Als de gynaecoloog komt smeek ik hem of ze me willen opereren.
Hij gaat overleggen en omdat ze wel inzien dat ze echt niet langer kunnen wachten ga ik nog diezelfde avond onder het mes…
Ik ben bang. Bang dat ik niet meer wakker word, ben nog nooit onder narcose geweest en ben bang voor de gevolgen…De verpleegkundige vraagt voorzichtig of ik er rekening mee houd dat het mis kan gaan met ons kindje…(later blijkt dat zij ook bij de operatie is geweest, erg lief, want ze was erg bezorgd)
De operatie duurt drie uur. C. zou wachten maar ze hebben hem gezegd dat hij rustig naar huis kan gaan want dat het nog wel een poosje kan duren voor ik weer wakker ben en op mijn kamer.
18 augustus:
Wakker…geen besef van tijd. C. zit naast mijn bed. Ik weet niet waar ik ben. Maar dat maakt ook niet uit want het enige dat ik horen wil is dat ons kindje nog leeft. ‘Met de baby is alles goed’, zegt C. en dat is voldoende. Voor dat moment…
Ik mag alleen op een washandje sabbelen. Mag niks drinken. Heb een ontzettend droge mond. Als ik een beetje bij kennis ben wordt me verteld dat ik een nieuwe (neus)sonde heb, eentje naar de darmen zodat ze me nog beter ‘leeg’ kunnen houden. Want omdat mijn darmen nog steeds stil liggen mag ik niet eten of drinken. Ik heb een lange lijn in mijn hals voor sondevoeding. Ik heb een morfinepomp waar ik steeds als ik pijn heb op mag drukken.
Maar ik druk zo vaak op die pomp dat ik later die dag een ruggenprik krijg om mijn buikpijn te verminderen. De ruggenprik valt me erg mee, doet helemaal niet zeer maar misschien komt dat omdat ik zoveel buikpijn heb dat de pijn van de prik niet eens opvalt…
Wat hebben de artsen gevonden tijdens de operatie?…Niets!
Op de plek waar ik iets voelde knappen hebben ze een klein littekentje gevonden. Waarschijnlijk is het een cyste geweest, gevuld met vocht, die geknapt is. Maar hoe dit de darmen stil heeft kunnen leggen is tot op de dag van vandaag een raadsel. Er waren wel wat verklevingen gevonden en dat is schoongemaakt maar dat was ook niet abnormaal. Maag en darmen waren helemaal schoongemaakt dus misselijk was ik niet meer…
Maar eigenlijk voelde ik me nog net zo ziek. Kon amper praten door die sonde. Bezoek kon ik wel wegkijken, zo moe was ik.
Omdat ik bijna niet kan praten door de sonde schrijf ik wat dingen op servetjes. Later hoor ik dat mijn ouders die servetjes nog heel lang hebben bewaard omdat ze vreesden dat dat het laatste zou zijn wat ik ooit op zou schrijven…
19 augustus:
Ik begin vocht vast te houden. Merk zelf dat mijn buik opgezet is. Als ze me wegen blijk ik in twee dagen 13 kilo te zijn aangekomen!
Ik moet foto’s laten maken van de longen en het is vreselijk. Ik kan bijna niet staan van de buikpijn maar het moet voor de foto. Ik word kortademig en voor het eerst sinds de opname ben ik bang dat ik hier zelf het loodje ga leggen…Ik krijg een blaascatheter en langzaam wordt het vocht afgedreven…Als na een paar dagen de catheter eruit mag, plas ik alles aan elkaar. Kan het niet ophouden en de verpleegkundigen kunnen de ondersteken niet aanslepen…heel vervelend voor beide kanten.
20 augustus:
De ruggenprik mag eruit maar pijnvrij ben ik nog steeds niet. De komende dagen blijft mijn toestand een beetje hetzelfde…Ondertussen zijn we wel trots dat het kleintje in mijn buik het zo goed doet!!! Op de echo’s blijft het vrolijk rond zwemmen…
24 augustus:
Ik ben die neussonde zo zat dat ik vraag of hij eruit mag. Hij belemmert me om een beetje mezelf te zijn. Kan me nauwelijks bewegen omdat ik dan moet kokhalzen. De dag ervoor hebben ze de sonde al afgeklemd om te kijken of ik dan weer misselijk zou worden maar het gaat goed en hij mag eruit!
Dat lucht op..Ook de voedingslijn in mijn hals mag eruit en ik mag weer een beetje eten. Omdat mijn darmen weer op gang moeten komen waarschuwen ze me dat dat veel pijn kan gaan doen. En inderdaad, ik slik de hele dag paracetamol maar het helpt geen moer… Alleen ‘snachts krijg ik zwaardere pijnstillers zodat ik even mijn buik niet voel maar ik voel me kloten…
Daarnaast heb ik een ontzettend zere rug van het liggen. Ik moet ook steeds het bed uit om te oefenen en op de po-stoel maar ik haat het want de pijn is eigenlijk nog net zo hevig. Maar het is wel een andere pijn…
26 augustus:
De laatste nacht in het ziekenhuis. Ik kan niet slapen en die nacht voel ik voor het eerst de baby bewegen. Wat een druktemakertje…Het ontroert me.
27 augustus:
Ik mag naar huis. Er hangen slingers maar feest is het niet want ik heb nog steeds pijn. De gynaecoloog vraagt nog of ik wel naar huis kan maar omdat ik zelf graag wil en die darmen toch langzaam op gang moeten komen mag ik weg…
De hele dag lig ik op de bank met pijn. Ik moet in beweging blijven om mijn darmen te stimuleren dus loop ik af en toe een rondje door de kamer. Strompelen zeg maar…Ik typ een mailtje aan vriendinnen en zet erin dat het wel lijkt of ik weeën heb. Hoe waar dit later blijkt te zijn kan ik dan nog niet vermoeden…
Die nacht ben ik de hele nacht op. Ik heb te veel pijn om te kunnen slapen.
Ik kan niet liggen, niet lopen, niet zitten en weet niet hoe ik de nacht moet doorkomen…
28 augustus:
C. moet weer werken en ik bel al vroeg de afdeling gynaecologie. Die kunnen niets voor me doen en ik bel de huisartsenpost. Ik krijg een klysma voorgeschreven. De huisarts komt langs en geeft me nog meer klysma’s.
Ik verlies iets bloed en begin me een beetje zorgen te maken. Ik bel de verloskundige en als ze luistert met de doptone horen we het hartje van ons kindje nog mooi kloppen. Dat lucht enigszins op.
Ik vraag me wel af of de krampen wel darmkrampen zijn…
Die avond heb ik zoveel pijn dat ik het niet zie zitten om nog een nacht op de bank door te brengen. We bellen rond 20 uur mijn ouders en die komen opnieuw om op Iris te passen. Mijn moeder belt naar de huisartsenpost om te zeggen dat ik eraan kom..Als ik opsta om naar de auto te lopen verlies ik vocht en bloed. Ik denk dat ik mijn plas niet op kan houden en heb niet door dat het vruchtwater is…
Met een noodgang scheuren we naar het ziekenhuis. Door het rode licht. Als we aankomen staat mijn vader al op ons te wachten met een rolstoel. Ik moet eerst naar de arts om allerlei vragen te beantwoorden maar ik zeg dat ze op moet schieten want dat het niet goed gaat met mijn kindje…
Ik sta op van de onderzoekstafel en ga op een ziekenhuisbed liggen en dan gaat het snel. Ik word naar boven gereden waar een arts-assistent met de doptone luistert. Ik lig weer op mijn oude kamer en er is geen hartje te horen…Als mijn oude vertrouwde gynaecoloog binnenkomt kijkt hij ernstig en zegt dat het vocht vruchtwater is. Hij doet een echo en er is niets meer te zien. Alle vruchtwater is al weg. Hij kijkt me aan. Ons kindje is overleden…
Ik ben rustig maar pas veel later realiseer ik me dat ik in shock ben op dat moment…De gynaecoloog legt uit dat het kindje al uit de baarmoeder is en ik zeg dat ik het wil zien als het geboren is. Ik vraag of ik de bevalling zelf moet doen want ik zie mezelf niet uren persen…
Ik mag persen en al na twee keer persen is daar ons kleine kindje…Het is 22.10 uur.
C. mag gewoon de navelstreng doorknippen. Het blijft je kindje..
Het weegt 164 gram en is 20 centimeter klein.
De gynaecoloog denkt dat het een jongetje is en we noemen het Tom. De naam die Iris zou krijgen als ze een jongen was geweest…Ik moet er erg om huilen want ik wil de namen die we eigenlijk hadden voor dit kindje zo graag bewaren voor als we ooit nog een gezond kindje zouden krijgen. Maar voel me daar ook schuldig over.
Alles zit erop en eraan. Kleine vingertjes, kleine teentjes en een volmaakt gezichtje…De gynaecoloog maakt veel foto’s op mijn verzoek. Ook mijn ouders komen kijken…
‘Je voetjes hebben nog nooit de aarde bewogen
ze hebben nog nooit op de aarde gestaan
we zullen ze ook nooit meer horen
want jij bent op reis gegaan…’
De artsen zijn het niet eens met elkaar en sommigen denken dat het toch een meisje is. Erg verwarrend want je bent net aan een jochie gewend. We willen het toch uit laten zoeken om het zeker te weten. Pas veel later krijgen we te horen dat het een meisje is maar omdat dat zo lastig vertelt zal ik vanaf nu al schrijven over zij en haar.We noemen haar Jisse. Een naam die we ook mooi vinden.
We hebben Jisse* nog lang bij ons. We betasten haar, kussen haar en koesteren haar. Wat is ze klein…
We mogen een quilt uitzoeken want in een mandje wordt ze opgebaard.
Er wordt erg veel aandacht aan besteed en ook aan ons wordt de juiste zorg verleend.
‘Lief meisje
Te teer voor het leven
Je lichtje is niet uitgegaan
Maar uit ons zicht verdreven…’
Ik moet echter nog een keer onder narcose want de placenta komt niet vanzelf. Dat is niet ongebruikelijk bij een vroeggeboorte (ik was 18 weken zwanger). De placenta is heel week en moet voorzichtig worden losgemaakt omdat er anders iets beschadigd kan worden waardoor je nooit meer zwanger kunt raken. Ik verlies erg veel bloed tijdens de operatie en krijg een bloedtransfusie…
29 augustus:
Weer hebben we Jisse* lang bij ons. Ik bel vriendinnen om te vertellen dat we ons kindje hebben verloren. En dan hou ik het niet langer droog…
We hebben Jisse* zo lang gezien die dag dat we er klaar mee zijn. Dat klinkt gek maar het beeld vergeet je toch nooit meer. Het is genoeg geweest.
Afscheid hebben we uitgebreid genomen. Dan wordt ze definitief opgehaald. De quilt mogen we houden…
‘Een klein quiltje voor een klein kindje
Uit respect voor wat begonnen is
Voor warmte om een koud lijfje
Symbool van onmacht
Hoe onverwacht
Zo’n kilte in een warm leven, waar blijf je
Als de dood zo onbezonnen is…’
We hebben besloten om Jisse* te laten onderzoeken om zeker te weten of het een jongen of een meisje is. En om te weten of ze gezond was.
De gynaecoloog waarschuwt me dat we er niet te veel van moeten verwachten. Hij verwacht dat ze helemaal gezond zal zijn en dat we nooit antwoorden zullen krijgen over wat er gebeurd is en waarom…
Hij is van mening dat de bevalling is begonnen omdat de baarmoeder waarschijnlijk te veel geprikkeld is geraakt door de operatie…Maar zeker weten zullen we het nooit.
30 augustus:
Ik mag naar huis. En dan komt het grote verdriet. Geen babykamer, geen kindje, niet meer zwanger, geen zusje voor Iris…
We krijgen veel kaartjes. De gynaecologen bellen ons thuis op om hun medeleven te betuigen en om te zeggen dat ze het erg frustrerend vinden dat ze ons geen antwoorden kunnen geven. Het biedt wel wat troost…
We verwijten de artsen ook niets. Ze hebben gedaan wat ze konden…
We besluiten Iris nog niets te vertellen want ze is nog zo klein, dat komt allemaal nog wel als ze wat ouder is.
10 september:
Een moeilijke tijd. Ik lees op internet veel over vroeggeboortes en zie dat er speciale strooiveldjes zijn voor kinderen, lees over urnen en word helemaal niet goed. Hoe heb ik ons kindje zomaar achter kunnen laten in het ziekenhuis? Natuurlijk wil ik antwoorden maar ik wil ook mijn kind terug…
Ik bel de man van het mortuarium weer op en zeg dat ik mijn kind terug wil. Het is gebruikelijk dat deze kleine kindjes met meerdere tegelijk gecremeerd worden. Maar daar wordt altijd drie maanden mee gewacht. Er zullen wel meer ouders zijn die zo’n beslissing in shock nemen en er op terug komen…
Hij vraagt of we al weten wat het geworden is. Nee dus. Hij belt terug en zegt dat het een meisje was. Over haar gezondheid horen we pas veel later dingen van de gynaecoloog.
Het onderzoek is afgerond en we mogen haar ophalen uit het ziekenhuis waarnaar ze terug gebracht is. Dan moeten we zelf een crematie regelen. Omdat de zwangerschap minder dan 24 weken geduurd heeft heb je nergens recht op…wat maakt het uit. Ik krijg mijn kind terug en kan toch nog afscheid nemen op een manier die bij ons past…
Ik sleep mezelf de stad in en koop zelf een mooi mandje voor Jisse*. Met dekentjes en al. De knuffels van vriendinnen gaan mee in het mandje. Met een tekening van Iris en een briefje van papa en mama…
‘Alles waar je echt van houdt,
Zal warmte blijven geven
Ook al is het niet gebleven
Of geworden wat je wou
Het blijft altijd een deel van jou
Een stukje van je leven…’
13 september:
We halen Jisse* op uit het ziekenhuis en gaan met haar in het mandje naar het crematorium. C. en ik doen dit samen zonder verdere familie. Het voelt goed. Het is een zonnige dag…
De mevrouw van het crematorium neemt alle tijd voor ons. We mogen vertellen wat er allemaal is gebeurd en krijgen iets te drinken.
Dan vraagt ze of we echt tot het einde mee willen dus tot aan de ovenruimte…Ik zet me over mijn angst heen en we lopen mee. Tot het eind…dan moeten we echt weg…Dag lieve Jisse*….
Geen tranen, het is goed zo…
Het is een waardig afscheid geweest. Ik ben opgelucht dat ik alles toch nog teruggedraaid heb en haar niet heb laten cremeren met andere kindjes samen…Dit voelt af. Ze hoort niet ergens anders, ze hoort bij ons…
Het gedicht dat ik zelf voor Jisse* schreef:
Lieve Jisse
10 vingertjes, 10 teentjes
wat was je mooi en compleet
We weten dat je ‘n meisje was
we weten hoe je heet
Jou te moeten verliezen
doet ons heel veel pijn
Je kon niet bij ons blijven
Je was nog veel te klein
We moesten afscheid van je nemen
Je lag in ‘t mandje klein
De toekomst zonder jou, mijn kind
zal nooit meer ‘t zelfde zijn
Nooit zullen we jou vergeten
altijd blijf jij onze nummer twee
Lieve Jisse, in ons hart
dragen wij jou met ons mee…

5 november 2005: Positieve test
29 november 2005: De eerste echo, ons ‘wurmpje’…Eindelijk kunnen we je zien… en horen we van de gynaecoloog dat alles goed met je is. Je ligt met je kleine voetjes in de lucht en je hoofdje naar beneden. Je bent hier ongeveer 2,5 cm. Overduidelijk te zien natuurlijk dat je een kind van òns bent, hahahaha…
20 december 2005: De tweede echo, alles is nog goed…
Je duimpje heeft je mondje al gevonden…
Mama, Manon en Iris bewonderen je…
Laatste afscheid….
Papa deelt de ballonnen uit…
Gedenkkaartje voor Tijn*…
Binnenkant kaartje